Annen, 19 juni
Laat me over een ding duidelijk zijn; ik kende Shakespeare eigenlijk helemaal niet, maar het riep meteen het gevoel op dat ik had bij die verplichte boeken van de Nederlandsche boekenlijst destijds.
O zo interessant en belangrijk, maar ik zou het nooit voor mijn lol gaan lezen.
Maar goed, het acteer-virus had mij op latere leeftijd ernstig te pakken genomen en die zorgde ervoor dat ik mijn email adres achter liet bij wie maar enige interesse had, want ik wilde spelen.
Zo kwam ik ook in van de mailgroep van theatergroep MV en kreeg ik via hun de uitnodiging om mee te doen aan het Shakespeare monologen festival op mijn digitale deurmat.
Het zal duidelijk zijn dat ik niet meteen juichend de straat op rende, maar het plaatste wel zo’n knagend gevoel in me; de uitdaging om in je uppie op het toneel het publiek te pakken, in een paar minuten laten zien wat je in huis hebt, dat soort gedachten.
Toen ik een paar dagen later bij m’n eigen cluppie kwam (Toneelgroep Raamwerk) en vroeg of iemand van hun ook die uitnodiging had gekregen, zei mijn regisseuse, Hanneke van der Molen, meteen: “Als jij mee doet, wil ik je wel regiseren.”. Dus niet “Piet, dat moet je niet doen.”, of iets dergelijks…
Je kunt beter spijt hebben van iets dat je wel gedaan hebt, dan van iets wat je niet gedaan hebt, heb ik eens gehoord.
Een paar dagen later was ik eruit wat ik wilde doen en op bevel van Hanneke heb ik ook het hele stuk gelezen. En eerlijk is eerlijk, ik ben geheel genezen van al mijn Shakespeare vooroordelen.
Ik ben om.
Ik ben nu veel dagen tekst leren en 2 middagen reperteren verder en overmorgen is het zover.
Daar waar ik leefde in de verwachting van een uur of zo van te voren aanwezig zijn, had ik even buiten de ideeën van de organisatie gerekend. Die hadden meer een idee van een leuk, boeiend programma dat ’s middags al begint.
De komende dagen zal ik, tijdens mijn woon-werk reis, nog vele malen de tekst in mij hoofd op dreunen (ik reis met de trein en men zit nu al af en toe vreemd te kijken naar die murmelende mede pasagier), toch nog op zoek naar dat ene toontje, dat haartje meer diepgang, die flinterdunne extra finesse.
Zaterdag is het zover. Ik verklap niet wat ik ga doen, maar ik heb er zin in.


